Zienswijze op de ontwerp-Voorkeursbeslissing Luchtruimherziening

Aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat                                                           Twisk, 25 februari 2021

Minister C. van Nieuwenhuizen

Zienswijze van de Stichting Minder Hinder Boven Westfriesland op de

ontwerp-Voorkeursbeslissing Luchtruimherziening

Excellentie,

Bij deze dienen wij onze zienswijze in t.a.v. de ontwerp-Voorkeursbeslissing Luchtruimherziening. Kort samengevat: De Stichting is tegen het ontwerp, meer specifiek tegen die onderdelen die West-Friesland raken.

Zoals wij kunnen opmaken kiest de voorkeursvariant voor vaste naderings- en vertrekroutes. De idee is dat dit grotere delen van het land minder met luchtverkeer zou belasten. Daar staat tegenover dat er dus welbewust door u gekozen wordt voor een onevenredige belasting van gebieden van Nederland waarboven meer luchtverkeer zal zijn, zoals mogelijk boven West-Friesland dan nu het geval is. Dit druist in tegen het evenredigheidsbeginsel dat u moet hanteren in uw besluitvorming. Een van de onevenredig zwaar te belasten gebieden is West-Friesland. Nu lopen nauwelijks routes hierboven en als die er al zijn op zeer grote hoogte. Straks volgens uw ontwerp zal het een aantal van deze vaste naderings- en vertrekroutes krijgen voor de afwikkeling van luchtverkeer van èn Schiphol èn van Lelystad Airport. Een dubbele belasting en daarmee niet conform o.a. het evenredigheids- en gelijkheidsbeginsel dat in acht genomen moet worden. Het moge duidelijk zijn dat wij tegen deze (dubbele) belasting zijn. Daarnaast dreigt het noordelijk militair oefengebied zowel naar het zuidoosten als naar het zuidwesten boven de Wieringermeer te worden uitgebreid.

Graag verzoeken wij u dan ook om over te gaan tot heroverweging en af te zien van deze onevenredige zware belasting door Schiphol, Lelystad Airport en/of het noordelijk militair oefengebied.

Voorts wordt uit de stukken niet duidelijk waarom gekozen is voor deze drievoudige belasting. Van een bestuursorgaan mag verwacht worden dat het motiveringsbeginsel hoog in het vaandel staat. Niet terug zien wij waarom alleen in Gelderland en Overijssel trajecten worden gekozen die geluidshinder van vaste naderings- en vertrekroutes beperken, maar niet langs de gehele vliegroutes die worden belast door en Schiphol en Lelystad Airport. Dus hier boven West-Friesland, de Kop van Noord-Holland en bij Schagen. Verder lijkt de minister in het ontwerp te ervoor te hebben gekozen dat de B+ routes out-10 en out-12 een onbesproken resultante van besluitvorming over de naderings- en vertrekroutes in het oostelijk en zuidoostelijk deel van het luchtruim zijn geworden, terwijl deze routes bij herhaling in een eerder stadium als tijdelijke routes werden aangemerkt. Hoe past dat in de door u te hanteren beginselen van behoorlijk bestuur? Hoe komen deze beginselen tot uiting als het gaat om de gezondheid, de leefbaarheid, de natuur en de belangen van het toerisme en de werkgelegenheid onder de routes Allen gevestigde belangen die zwaar moeten meewegen ten op zichtte van het belang van de (kortste?) route bij de uitbreiding en/of verplaatsing van routes van de luchtvaart.

Er blijkt daarnaast geen sprake te zijn van hantering van het zorgvuldigheidsbeginsel. Wij missen bijvoorbeeld terugkoppeling, althans openbare, van overleg dat u – naar wordt aangenomen – over de B+ routes boven Noord-Holland naar en vanaf Lelystad Airport met de provincie Noord-Holland heeft. Er vindt wel overleg plaats met de Bestuurlijke Regie Schiphol, maar de B+ routes zijn voor zo ver de Stichting bekend aldaar nog niet besproken. Graag toelichting daarop.

Los van bovenstaande verzoeken wij u, voordat u overgaat tot de volgende stap t.a.v. het ontwerp, het volgende:

  1. U heeft in het debat van 18 december 2018 toegezegd verschillende varianten voor de vervanging van de tijdelijke B+ routes door permanente routes te zullen bestuderen. Deze studie heeft voor zo ver bekend nog niet Als de studie al plaatsgevonden heeft dan is de uitslag daarvan niet bekend gesteld. Graag ontvangen wij deze studie met daarbij toelichting hoe de resultaten zijn meegewogen in het ontwerp.
  2. De Stichting Minder Hinder Boven Westfriesland verzoekt om in consultatie met de regio West-Friesland, de gemeenten in de regio en het lokale maatschappelijk middenveld, alsook de Stichting over de trajectkeuze voor deze vaste routes om geluidshinder zo veel mogelijk te beperken.

De Stichting verzoekt daarnaast dat:

  1. Afgezien wordt van die plannen die maken dat West-Friesland en de gemeente Medemblik in het bijzonder te maken krijgt met onevenredig veel vliegverkeer van en naar Schiphol, van en naar Lelystad Airport en van het noordelijk militair oefengebied alles tezamen. (zie voor laatste hieronder)
  2. De B+ routes out-10 en out-12 zo worden ontworpen dat vliegtuigen afkomstig van Lelystad Airport een minimumhoogte van 3.000 tot 3.500 meter zullen hebben bereikt voordat zij de kust van West-Friesland en de Kop van Noord-Holland naderen.
  3. Indien voornoemde minimum-hoogte bij het bereiken van de kust van West-Friesland door de route keuze niet kan worden gegarandeerd, af te zien van de voorkeursvariant. De Stichting acht het zonder aanpassingen zoals vermeld onder punten 1 tot 4 hierboven niet acceptabel voor de onder de B+ route liggende woningen en bedrijven en het milieu. De Stichting verzoekt alsdan dat naar andere varianten gekeken wordt die West-Friesland niet op deze onevenredige wijze belasten (heroverweging).
  4. Bij een lagere minimum-hoogte van de B+ routes boven West-Friesland, de Kop van Noord-Holland en Schagen valt de afweging van het marginale nut voor de regio van Lelystad Airport sterk negatief uit vanwege de schade voor gezondheid, leefbaarheid, natuur, en de bedrijvigheid in de regio, met name voor het binnenlandse toerisme. Het is technisch mogelijk de B+ routes zo te ontwerpen dat zij aan de gestelde voorwaarden voldoen. Onduidelijk is geworden waarom niet gekozen is voor deze oplossing. Graag verzoekt de Stichting aldus het motiveringsbeginsel in acht te nemen. Als de B+ routes boven Westfriesland zo gekozen zouden zijn vanwege mogelijkerwijs iets hogere kosten voor de luchtvaartindustrie, lijkt het op dat de overheidstaak ‘het beschermen van de burger’ niet op een rechtmatige wijze wordt uitgevoerd.

De Stichting is verder zeer verontrust over het niet in de voorliggende stukken aangekondigde bericht (maar wel vervat in de zienswijze van de Regio West-Friesland van 24 februari 2021, zaaknummer 1848854) dat de uitbreiding van het noordelijk militair oefengebied (EHTRA10/10A) niet alleen de zuidoostzijde betreft, maar ook de zuidwestzijde, waardoor een deel van het militaire luchtruim nabij of over West-Friesland zou komen te liggen, met name ook over of nabij de gemeente en stad Medemblik. De ontwerp-Voorkeursbeslissing maakt dit noch op het onduidelijke kaartje op blz. 26, figuur 4 van de ontwerp-Voorkeursbeslissing, noch in de tekst zelf duidelijk.

  1. De Stichting hecht zeer aan een gemotiveerde verduidelijking of het inderdaad uw voornemen is om het noordelijk militair oefengebied aan de zuidwestzijde te vergroten. Dit ook in samenhang met de onduidelijkheid over de vraag of het tracé van de tijdelijke B+ routes out-10 en out-12 zullen worden gehandhaafd en het gebruik van deze routes (zie ook hierboven)
  2. Zo dit inderdaad uw voornemen zou zijn verzoekt de Stichting u om hierover duidelijk met overlegging van het totale plan met de Regio, de Gemeente Medemblik en de betrokken bewoners te consulteren. De ontwerp-Voorkeursbeslissing is op dit vlak eerder verhullend dan verhelderend. Het mag niet zo zijn dat het zorgvuldigheidsbeginsel in deze wordt geraakt.

Graag vernemen wij van u.

Hoogachtend,

Laurent Stokvis

Voorzitter Stichting Minder Hinder Boven Westfriesland

Dorpsweg 112, 1676 GH Twisk, Tel: 06 203 44 290, KvK nr. 74040987

 

Reageer

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *